historiek van het gebouw

Vanwaar komt de naam Huis van Alijn?

Het Huis van Alijn is gehuisvest in het enige bewaarde Middeleeuwse Gentse godshuis. De geschiedenis van het gebouw gaat terug tot in de 14eeeuw. Boven de ingangspoort van het museum lees je: ‘Kindren Halyns Hospital anno 1363’. Dit verwijst naar de gebeurtenissen die aanleiding gaven tot het ontstaan van het gebouw. Na een jarenlange bloedvete tussen twee Gentse patriciërsfamilies, De Rijms en de Alijns, werd een godshuis gesticht.

Het beeld van de H. Katharina in de nis boven de ingangspoort verwijst naar de patrones van Katharina Zelverberchs, de moeder van de twee vermoorde broers Alijn. De drie wapenschilden verwijzen naar drie families die in latere eeuwen een belangrijke rol speelden in het herstellen en uitbreiden van dit godshuis.

In de Middeleeuwen worden vaak godshuizen of ‘hospices’ gesticht vanuit liefdadigheid of als boetedoening. Zieken worden er verzorgd en hulpbehoevenden krijgen er een maaltijd, zorg en onderdak.

De vete tussen De Rijms en de Alijns

Een jonge volder, Hendrik Alijn, is verliefd op de rijke weverdochter Godelieve. Haar vader weigert hun huwelijk want hij verkiest Simon Rijm als huwelijkspartner voor zijn dochter. Simon is een rijke patriciër, afkomstig uit een weversfamilie. Godelieve weigert echter op de avances van Simon in te gaan. Gekwetst door haar afwijzing en opgehitst door de volders zint de wever op wraak. Vergezeld van zijn broer en enkele bendeleden gaat hij naar de Sint-Janskerk, vandaag de Sint-Baafskathedraal, waar hij tijdens een kerkdienst zijn rivaal Hendrik Alijn, zijn broer Seger en een dienaar vermoordt.

Verval en heropleving

In 1513 is het gebouw sterk vervallen en onbewoonbaar. De nieuwe voogden, Lievin van Pottelsberghe en zijn vrouw Lievine Van Steelant herstellen de acht huisjes en breiden in 1519 het godshuis uit met acht huisjes.

In 1543 legt de zoon François Van Pottelsberghe de eerste steen voor de nieuwe kapel in laatgotische stijl. Het torentje wordt opgericht in 1549. De bovenverdieping is een vergaderzaal voor de regenten van het godshuis, de benedenverdieping fungeert als bidruimte. In 1746 wordt de kapel gewijd door de bisschop van Doornik.

Tijdens de Franse overheersing op het einde van de 18e eeuw wordt het Alijnshospitaal beheert door de Stedelijke Commissie der Burgerlijke godshuizen en krijgt het de naam 'Hospice nr.20.

Op het einde van de 19e eeuw bestaat het complex uit 18 huisjes en wonen er enkel nog alleenstaande vrouwen van boven de zestig.

In 1880 vernielt een brand het dak en het hoektorentje en krijgt de kapel een platter dak. Uiteindelijk wordt het gebouw in 1883 door de Commissie verkocht.

Een beluik

In 1883 koopt de industrieel Van Loo-Pickaert het complex en richt het in als beluik voor arbeidersgezinnen. De kapel verliest haar religieuze functie en wordt een schrijnwerkerswinkel en werkplaats. De leefomstandigheden in het beluik zijn uiterst marginaal, er wonen een zestigtal gezinnen. Tot het midden van de 20e eeuw is het godshuis één van de vele Gentse beluiken.

Een nieuw begin

ontwerp_Valentin_Vaerwijck
Renovatie-museum-voor-volkskunde
Renovatie-museum-voor-volkskunde

In het begin van de 20e eeuw inspireert het godshuis architect Valentin Vaerwijck (1882-1959) die een historische en oudheidkundige studie wijdt aan het godshuis. Op de wereldtentoonstelling van 1913 stelt hij zijn maquette voor de restauratie van het ‘Halijnhospitaal’ tentoon.

In 1941 wordt het gebouw gekocht door het Gentse Stadsbestuur. De huisjes worden op dat moment onbewoonbaar verklaard. In 1943 wordt het als beschermd monument geklasseerd. In 1953 beslist de stad om in het gebouw een museum onder te brengen. Het gebouw wordt gerestaureerd door Valentin Vaerwijck. In een eerste fase wordt de kapel en het kloktorentje hersteld naar de 16e eeuwse toestand. De huisjes worden hersteld door werkloze vaklieden onder toezicht van Rob Van Belle, die Vaerwijck na zijn dood opvolgt. De daken worden vernieuwd en van dakkapellen en dakvensters voorzien, deuren en vensters worden vervangen. In functie van de nieuwe museumfunctie worden de tussenwanden vooraan in de huisjes doorbroken.

Op 9 september 1962 wordt het Museum voor Volkskunde officieel geopend op deze historische site als opvolger voor het voormalige Folkloremuseum in de Lange Steenstraat. In 2000 krijgt het museum een nieuwe naam, waarbij er wordt verwezen naar de ontstaansgeschiedenis van het gebouw: het Huis van Alijn.

Blijf op de hoogte

Volg het nieuws en de verhalen van het Huis van Alijn.