Het verhaal van Gerard

0:00 0:00

Download

Hoger resolutiebeeld? Neem contact met Studio Alijn.
© huisvanalijn
Het verhaal van Gerard

Deel op social media

vervaardiger
schrijver | Declercq, Matthias
producent | Huis van Alijn
datum
2015
objectnummer
AU-0011-0024
Het verhaal van Gerard in het kader van de tentoonstelling 'De Zesdaagse'. Gerard Alphonse Isidore Debaets, zoon van een zeepzieder en kasseilegger, gaat begin 20e eeuw bij z’n moeder aan tafel zitten, in Heule-Watermolen. Diep in de Vlaanders. Hij zegt: ’Moedre, ik ga koersen. Juust gelik min broers!’ Moeder Margaretha is gekant tegen al dat vélorijden en slaat vergeefs op tafel. Ze kan niet op tegen de wilde dromen van zoon Gerard. De Debaets’en zijn coureurs. Na zijn broers Michel, Cesar en Gaston, heeft dus ook Gerard niet veel goesting om zich af te beulen in een fabriek. Hij wil winnen. En snel. Een arbeider werkt voor een appel en een ei, een coureur krijgt bloemen en drie kussen. En het schuift beter. Gerard hoopt per fiets sneller vooruitgang te maken in het leven en zich wat meer te kunnen permitteren dan het amechtige leven van zijn ouders. Hij wint al snel de Ronde van Vlaanderen, maar heeft vooral goesting in de piste. En al zeker in de lucratieve zesdaagses. Een populaire wedstrijd, overgewaaid uit de States. De Vlaming vindt het fantastisch, dat zottekesspel waar de Britten ooit mee begonnen, waar de Amerikanen een show van hebben gemaakt, en waar de Europeanen het best in zijn. En al zeker Gerard. Rond 1890, dan zat hij nog in de bloemkolen, reden ze in New York zes dagen aan een stuk rondjes op houten latten. Zes dagen! Het volk stond te kijken hoe de winnaar na een kleine week fietsen vel over been over de finish strompelde en nadien als een zak potaarde in elkaar stuikte. Maar goed, tegen de tijd dat Gerard er zich mee moeit zijn het geen spoken meer op de fiets. Er wordt al eens gepauzeerd, gesprint voor een kilo koteletten of uw gewicht in saucissen. De zesdaagsen in Europa worden al snel groter dan die in Amerika. En om de boel ginds te redden van de ondergang nodigen de Amerikanen wat Europese coureurs uit. Gerard spitst de oren. Karel Van Wijnendaele, de man van de krant Sportwereld en organisator van de Ronde van Vlaanderen, ontfermt zich over een groep Vlaamse coureurs en trekt met hen naar New York. Gerard is mee. Per boot naar Amerika, nondedju! Dat klein ventje uit Heule, dat eigenlijk niet mocht koersen van zijn moeder, neemt de boot naar de andere kant van de wereld, om met de fiets rondjes te rijden op een houten piste. Moeder Margaretha bijt op de tanden: ’Wees voorzichtig.’ Gerard kijkt zijn ogen uit. De boot naar New York is groter dan zijn eigen dorp. Er zijn danszalen, rookzalen, bars, restaurants. Om de conditie te onderhouden rijden de Vlaamse renners zelfs op de rollen in hun kajuit. In die toen nog kleine wereld, lijkt New York een droom, een hersenschim. Wanneer de ’Manhattan’ de boeien losgooit en de reus naar Amerika zwemt schrijft Van Wijnendale in de krant: ’k Ben blij en vooral, ’t is leerzaam van een wereld te kunnen bekijken en betasten, lijk Amerika er een is! Maar -laat het mij maar in alle eerlijkheid bekennen- ’k zal ook blij zijn als die reis zal ten einde wezen, en ik weer zal staan midden in dat veel eenvoudiger maar gemoedelijk leven van ons eigen kleên landeke!’ In Amerika worden Gerard en zijn kameraden afgebeeld als monsters. Alsof de Noormannen er met hun puntige helmen aankomen. De promo slaat aan en de roemruchte expohal Madison Square Garden ziet in 1925 hoe Gerard samen met zijn ploegmaat Pierre Goossens de boel kapot rijdt en de belangrijkste zesdaagse van de wereld zomaar wint. Eer, roem en een zak geld. In België wordt ’t volk zot. Gerard en Pierre hebben gewonen in de vreemden. Van kleine coureur tot grote meneer. In Baasrode staat er voor Pierre zelfs een stoet klaar. De burgemeester is er, de gemeenteraad, zelfs de muziekmeester. De enige die niet opdaagt is Pierre zelf: ’Toen ik heel kleintjes was en nog niet beroemd, zagen ze me niet staan. En nu ik ’de man’ ben, willen ze mij inhalen? Aangezien ze ’t ene zonder mij kunnen, kunnen ze ’t ander ook wel zonder mij.’ Gerard neemt bij zijn terugkomst zijn moeder een keer goed vast. Margaretha straalt: de zesdaagse maakte van hem een man van de wereld. Die fiets hielp dan toch om een beter leven bij elkaar te rijden. Een te goed leven zelfs, want Gerard keert meteen terug naar Amerika. Ze noemen hem daar al de ’The Belgian Bike Buffoon of nog: The Clown Prince of the Bike Pushers!’ Gerard rijdt er regelmatig aan de zijde van de lokale varkensboer Tony Beckman. Uiteindelijk blijft hij in Amerika en verhuist met zijn gezin naar Paterson, niet ver van New York. Gerard krijgt ook een Amerikaans paspoort. Na zijn carrière opent hij een fietswinkel: ’The Paterson Bicycle Exchange’. Gerard zoekt geen gewoon leven in het eigen, kleên landeke, hij wil een ster blijven. Maar het leven beslist er anders over. In 1959 stapt hij in zijn auto stapt op weg naar de fietswinkel en sterft aan een hartslagaderbreuk. Het einde van zijn Amerikaanse droom.

Meer weten over de collectie?

BEZOEK STUDIO ALIJN

Kenniscentrum over het erfgoed van het dagelijks leven

Studio Alijn is te bezoeken na afspraak tijdens weekdagen
van 10:00 tot 17:00 via studio@huisvanalijn.be of
T 09 235 38 00. 

Adres Studio Alijn
Kraanlei 69, 9000 Gent

img_8374_web_c_michiel_devijver_666a0a26dcbd26b80e6ed14b26532644

Blijf op de hoogte

Volg het nieuws en de verhalen van het Huis van Alijn.

Schrijf je in op de nieuwsbrief